Nepal

In maart 2003 ga ik samen met een collega een paar dagen langs bij het Anandaban Leprosy Hospital. Anandaban ligt in de Kathmanduvallei en tijdens onze vrije dag brengen we een bezoek aan Kathmandu.

In september 2007 wordt ik gevraagd een rapport te maken over het laboratorium van het Anandaban Leprosy Hospital. Daarnaast reizen we ook naar Lal Gadh in de Terai om te kijken of het ziekenhuis daar betrokken zou kunnen worden bij het lepraonderzoek en hebben we nog een middagje vrij voor sightseeing in Bhaktapur, de oude koningsstad op een uurtje rijden van Kathmandu. 


Dag 1

Het inchecken in Bangkok gaat snel, evenals het machinaal kopen van een luchthavenbelastingkaartje. Dat machinale kaartje wordt vervolgens wel met de hand voorzien van een gaatje… De paspoortcontrole is ook zo gepiept en dan mag ik het taxfree winkelparadijs in. Dat is niet zo aan mij besteed, dus ik hou het bij een blikje cola en een reep chocola en 19 minuten internetten voor een prijs waarvoor ik in Chiang Mai met wat zoeken 2½ uur achter de computer kan zitten (95 baht).

Om 10 uur mogen we aan boord en om half 11 zit iedereen ook daadwerkelijk in het zo goed als volle toestel. Naast me zit een aardige Nepali die in Brunei werkt en tot voor kort deel uitmaakte van het fameuze Gurka regiment van het Engelse leger. Ik vond hem al wat breed in de schouders. Weer 3¼ uur vliegen en dit keer 5 kwartier terug in de tijd. Nepal wil niet in precies dezelfde tijdzone zitten als grote broer India dus hebben ze er een kwartiertje bijgedaan. Ik krijg per ongeluk eten uit de business class, maar vind dat helemaal niet erg. Na noedels met garnalen, salade en pistachepudding stop ik de gedroogde banaan maar even in de borstzak voor moeilijker tijden.

In Bangkok was het bewolkt, maar dat wordt snel beter: Myanmar is mooi te zien. Daarna wordt het weer minder en bovendien zit ik aan de verkeerde kant van het toestel, want de hele Everestketen is aan de andere kant prachtig te zien. Er hangen veel wolken boven de Kathmanduvallei, dus bij de landing is er niet zo veel uitzicht. Pas op het laatste moment zie ik rijstvelden, huisjes en een enorme stad die ouderwets aandoet.

Na de landing loop ik als één van de eersten door de douane, maar dat helpt me bar weinig want door mijn vroege inchecken komt mijn rugzak als één van de laatsten van boord. Daar moeten ze toch nog eens iets op vinden… Bij de uitgang staan een collega en een chauffeur me al op te wachten. Alles bij The Leprosy Mission is altijd keurig geregeld.

In een oude krakkemikkige auto zonder noemenswaardige vering gaan we op weg. Wat een verschil met Thailand en dan met name Bangkok! Hier ga je echt 40 jaar terug in de tijd. De huizen zijn van rode baksteen gemaakt en verder is de overheersende indruk van Kathmandu vuilig, druk en dieselig. Dus eigenlijk precies zoals je van een hoofdstad in de derde wereld mag verwachten. We zetten mijn collega af bij zijn huis en rijden dan door naar Anandaban. Het eerste stuk is nog asfalt, weliswaar met enorme kuilen en gaten, maar toch: asfalt. Dan komen we bij het deel waar de heuvels rond de vallei van Kathmandu beginnen. Er heeft hier waarschijnlijk ooit wel asfalt gelegen, maar dat is reeds lang geleden door de vrachtwagens die hier af en aan rijden naar de steengroeven kapotgereden.

Na ruim een uur hebben we de 20 km afgelegd. Anadaban ligt op 1800 meter hoogte aan de rand van de prachtige groene Lelevallei met rijstvelden op terrassen en bomen op de hellingen. We rijden nog even omhoog naar het echte Leprosy Hospital terrein. Het guesthouse is simpel net als in Nilphamari (Bangladesh), maar het voldoet. Ik zet mijn rugzak op mijn kamer en ga dan theedrinken. Het is inmiddels half 4 en ik loop naar kantoor om geld te wisselen. Ik voel de hoogte goed als ik moet klimmen. Langzaam aan maar. Na het wisselen stuur ik een mailtje dat ik goed aangekomen ben.

De Lelevallei bij Anandaban

Ik heb alle tijd om mijn spullen uit te pakken en wat rond te kijken in de omgeving. Het is hier echt wonderschoon: rustig, groen, mooi licht, inmiddels zonnig en de mensen laten je met rust. Ik maak wat foto’s en slof dan terug de heuvel op: 100 stappen, 30 seconden rust. Bovengekomen ga ik bij de “canteen” naar binnen. Ik heb het idee dat hier gewoon een hele familie woont die toevallig ook nog Pepsi en biscuitjes verkopen. Voor 22 Nepalese rupees (er gaan er 82 in een euro) heb ik een grote fles (300 ml) Pepsi en een rol erg eetbare Mount Marie kaakjes. Ik drink de cola zittend op een randje op en ga dan terug naar mijn kamer.

Kwart voor 6 ga ik beneden aan tafel zitten schrijven. Uiteindelijk eet ik in mijn eentje. Het eten is typisch voor hier: rijst, dal, kip, groente. Het is goed klaargemaakt en de kok (met typisch Nepalese muts) spreekt redelijk Engels, wat de communicatie wel zo gemakkelijk maakt. Na het eten blijf ik alleen achter. Ik heb het koud en neem eerst maar eens een lekkere lange warme douche. Met mijn pyjama onder mijn kleren kan ik er weer redelijk tegen. Ik ga aan tafel mijn dagboek zitten bijwerken me bedenkend dat ik het soort ervaringen zoals vandaag (voor de eerste keer in een vreemd land) voor geen goud zou willen missen en dat dit het is wat mijn werk zo boeiend en verslavend maakt, zelfs als het betekent dat ik een avond helemaal alleen zit.

 

Terug naar het begin


Dag 2

Onze vrije dag. Mijn baas is inmiddels gearriveerd, dus tijdens en na het ontbijt maken we onze plannen voor vandaag. Om 10 uur gaat er een auto naar beneden, om 2 uur gaat er weer één omhoog. We worden afgezet bij een supermarktje “Nepal sausage”. Onderweg waren er weer allerlei leuke dingen te zien: 3 meisjes die iets onduidelijks staan te grutten in een ton. Ze beginnen te lachen en te zwaaien als ze mij zien kijken, dus ik zwaai terug wat tot nog meer gelach leidt. Overal in de dorpen zijn er een soort vijvers die er uitermate goor uitzien. Nu wassen sommige vrouwen er nog de kleren in, tot voor kort was dit ook drinkwater. Inmiddels zijn er putten geslagen en haalt men water in aluminium kruiken bij de gemeenschappelijke kraan.

BoddanathVanaf de supermarkt nemen we een taxi. Dat zijn hier voornamelijk Suzuki Alto-achtige autootjes, maar wel voorzien van een meter die begint te tellen op 7 rupees. Voor 3 euro worden we in een half uurtje naar Boddanath, de bekendste stoepa van Nepal, gebracht. Zelfs op dit soort supertoeristische plaatsen word je redelijk met rust gelaten, afgezien van een paar verkopers met medaillons, Boeddhabeeldjes en andere troep. Er zijn wel overal winkeltjes, maar daar moet je zelf gaan kijken als je iets wilt kopen. De stoepa is een feest van kleur: stralend wit met bovenop een koperen constructie beschilderd met ogen en overal hangen gekleurde gebedsvlaggen aan lijnen van boven naar beneden. De ingang is aan de andere kant. Daar moet je eerst een zwiep geven aan een toch al mechanisch aangedreven gebedsrol en dan mag je de stoepa op. Er zit een club monniken in rode gewaden te bidden, zo af en toe een handje iets (rijst? zout?) opgooiend. We lopen op de vierde laag in de richting van de klok om de stoepa heen.

Weer terug op aarde gaan we lopend door een grote winkelstraat, waar mijn baas tot enorme verbazing van de winkeleigenaar uitgebreid de inventaris van een fietsenmakerij gaat bestuderen. De volgende taxi heeft geen meter en mijn aanbod van Rp100 naar Durbar Square wordt afgeslagen, terwijl het precies juist blijkt te zijn als we met de volgende, wel bemeterde taxi erheen gaan. De toegang tot Durbar Square zelf blijkt Rp200 te zijn, een godsvermogen hier. We zijn er maar een uurtje, willen wat drinken en eten, dus laat maar. Via wat zijstraatjes belanden we in het toeristische hart van Freak Street, waar we op een binnenplaatsje wat eten en drinken.

 

Monniken bij BoddanathDan gaan we met de derde taxi naar de supermarkt in Patan, gelegen bij “the Jew” (de zoo). We zijn een half uurtje te vroeg, dus kunnen we nog precies even naar huis e-mailen bij één van de vele e-mailkantoortjes. Dat kost hier dus echt helemaal niks: 30 rupees voor een uur! Daarvan kan je nooit de computer afbetalen, laat staan er een fatsoenlijk salaris aan overhouden.

Om 2 uur gaan we met een volgepakte auto van het lepraziekenhuis (10 personen plus de hele weekvoorraad boodschappen) terug naar Anandaban. Ik heb een klein, lief 2½-jarig blond jochie op schoot die door al dat gehobbel lekker in slaap sukkelt en het er helemaal niet mee eens is als hij in Anandaban aangekomen wakker moet worden.

’s Avonds trekt er tijdens het eten een flinke regen- en onweersbui over waardoor de telefoon zo af en toe rinkelt en de muziek een keer herstart moet worden.

 

Terug naar het begin


Dag 3

Om 6 uur ben ik klaarwakker en zie en hoor ik het licht worden. Na de douche, mijn dagboek en het ontbijt ga ik lekker buiten op een muurtje zitten lezen. Even later komt er rechts een mongoose de trap ophuppen, die me eerst met kraaloogjes observeert en dan toch maar rechtsomkeer maakt. Na de regenbuien van gisteravond en vannacht is het een prachtig heldere dag.

Om bij negenen lopen we naar boven waar we onze congrestas (de zoveelste) krijgen en wat welkomstwoorden. We krijgen een tour van het lab en het ziekenhuis. Ik blijk ernstig allergisch voor muizen, dus het deel met de proefdieren sla ik maar even over. In het ziekenhuis zitten de meeste patiënten buiten te genieten van de heerlijke zon. Alles ziet er keurig uit.

Om bij half 6 lopen we door het late middaglicht naar het PIA Memorial Park ter ere van de inzittenden van een Pakistan International Airways toestel dat hier vlakbij 10 jaar geleden tegen een berg vloog. Na het eten lopen wedoor het donker de trappen naar het ziekenhuis en guesthouse. Halverwege is er nog wat commotie vanwege een junglecat (een soort grote wilde kat) die door een nachtwaker met veel geraas een boom ingejaagd wordt.

 

Terug naar het begin


Dag 4

Weer lekker vroeg wakker en na de heerlijke warme douche ga ik op bed zittend met mijn schrift in de vensterbank mijn dagboek bij zitten werken. Buiten fluiten de vogeltjes en toeteren beneden op de weg de vrachtwagens met stenen zich een weg naar Kathmandu. Het ontbijt is meer van hetzelfde: een bak harde cornflakes met warme buffelmelk, een stuk toast met vage ananasjam en een hardgekookt ei.

Om 9 uur beginnen de lezingen. De pauzes brengen we grotendeels door op het terras van het trainingscentrum, al is het alleen maar om een beetje warm te worden. Aan de overkant van de rivier staat een steenvergruizer: een lopende band naar een maaltrommel en –tig vrouwen die zonder bescherming zware manden vol gruis oppikken en even verderop op een grote hoop gooien. Stoflongen, platvoeten, rugklachten, oogklachten en zo af en toe een verbrijzelde vinger of arm zijn een aantal van de gezondheidsklachten die ik me er bij voor kan stellen.

Tijdens de lunch koop ik een door een leprapatiënt van dennennaalden en plastic zakken vervaardigd vaasje, een techniek die even een hype geweest is hier in het ziekenhuis omdat het de mensen tenminste iets te doen geeft als ze een half jaar opgenomen worden voor behandeling van reacties.

Na de lezingen vertrekken we om half 5 naar Patan, de oude koningsstad aan de zuidkant van Kathmandu. We worden afgezet aan de rand van Durbar Square waar een enorme verzameling tempels en paleizen dicht opeengepakt staat. De voornaamste kleuren zijn donkerrood van de baksteen en donkerbruin van het hout. Overal hangen Nepali’s op de treden van de tempels. Na een kwartiertje hou ik het in het snel minderende licht voor gezien en ga in een internetcafé mijn mail checken en schrijven. Daarna heb ik nog een kwartiertje om te winkelen. De echte supertoeristische winkels zijn hier niet dicht gezaaid. Geen wonder nu het toerisme half op z’n gat ligt door de maoïstische opstand (waarvoor overigens 6 weken geleden een staakt het vuren getekend is) en de dreigende oorlog in Irak. Het is gemakkelijker hier een opplakstip voor je hindoeïstische voorhoofd te kopen dan een toeristisch T-shirt. Toch weet ik er nog 3 te scoren voor de totale prijs van 500 rupees (6 euro) na bescheiden afdingen.

We eten met z’n allen in het Hunan Rooftop Restaurant en gaan dan om een uur of 9 weer met de bus omhoog. Er is bijna niemand op straat. Dat schijnt te komen door de vele officiële en onofficiële avondklokken die ze tijdens de maoïstische opstand gehad hebben, de mensen zijn eraan gewend geraakt om ’s avonds thuis te zijn. Nu denk ik niet dat er daarvoor een echt bruisend nachtleven was. Om kwart voor 10 zijn we terug in het guesthouse, nog een half uurtje lezen en dan slapen.

 

Terug naar het begin


Dag 5

Gewone tijd wakker: douchen, ontbijten en de hele dag lezingen en discussie. Bij het scheiden van de markt krijgen we nog 2 souvenirs: een bronzen frummelvaasje en een soort miniatuur Nepalees mes. Mooi is anders, maar het komt uit een goed hart…

Voor het avondeten lopen we de berg op naar het guesthouse. Even onze spullen dumpen en dan weer naar beneden, eten en dan weer omhoog. Als je daar geen goed ontwikkelde kuiten en longen van krijgt weet ik het niet meer. Het is ’s avonds echt heel erg rustig in het guesthouse. We kijken naar het Indiaas-Engelse nieuws van 8 uur (8.15 in Nepal): nog steeds geen oorlog in Irak, maar het kan niet lang meer duren. De halve finale WK cricket India-Kenia is bijna groter nieuws: ook nog 1 nachtje slapen.

 

Terug naar het begin


Dag 6

Ik slaap hier veel te veel, dus om half 4 lig ik een uurtje wakker. Dan slaap ik weer door tot half 7. Vandaag hebben we geen haast, dus ik ga eerst ruim een half uur liggen lezen, dan uitgebreid douchen en daarna ontbijten met de gebruikelijke combi van cornflakes, buffelmelk, brood, jam en ei. We zetten de TV aan een horen dat Amerika Irak heeft aangevallen in een “decapitation strike”: allemaal opgewonden patriottistische mannetjes op CNN. Wat een farce!

Langs de kant van de weg naar KathmanduOm half 10 loop ik naar boven om de overgebleven rupees om te wisselen. De financieel directeur wil me alleen het briefje van 50 euro teruggeven voor 4100 rupees, dus weer naar benden voor 7 aanvullende dollars, want we willen absoluut niet met 3600 waardeloze rupees blijven zitten. Weer de berg op, geld wisselen, berg af. Hijg! Dan vertrekken we om half 11 naar de luchthaven. Voor de laatste keer hobbeldebobbelen we achter, naast en voor de steentrucks over de onverharde weg en rijden door de middeleeuws aandoende dorpen op weg naar de ringroad. Er is behoorlijk wat volk op straat.

Op de luchthaven gaat het snel: kaartjes voor de luchthavenbelasting (Rp1100/stuk!), ruimbagage door de scan en lintje erom, inchecken, plassen, douane en cola kopen. Even over enen lopen we door naar de volgende serie controles met apart rijen voor mannen (lang) en vrouwen (niemand te bekennen). Mijn handbagage gaat door de scan, ik word zelf helemaal bevoeld door een mevrouw, dan moet de handbagage open en wordt alles gecontroleerd, dat leidt weer tot een handtekening op je boarding pass, die handtekening is weer goed voor een stempel en die stempel wordt dan weer gecontroleerd. En als je denkt dat dat alles is word je pal voor het aan boord gaan weer helemaal bevoeld. Weliswaar keurig achter een schermpje, maar het lijkt wat overdreven.

We vertrekken keurig op tijd en draaien in een kurkentrekkerbeweging de Kathmanduvallei uit. Helaas is het heiig en bewolkt dus niks prachtige vergezichten op glorieuze bergen, gewoon suffe wolken. Dan maar eten plus een draak van een film kijken. Om 6 uur landen we in een schemerig Bangkok.

 

Terug naar het begin


September 2007

                                  

                                     Op weg naar Lal Gadh: oud, klein vliegtuigje omdat de halve landingsbaan niet werkte en de brug was ook nog ingestort...

 

                                  

                                          Fruitstalletje langs de kant van de weg                 Lange Amerikaanse collega met klein leprapatiëntje
                                                                                                                              die door zijn ouders bij de kliniek is achtergelaten

                                                                   

                                                                                                     De tempels and paleizen in Bhaktapur

                                      

                                                                     Straatscènes: groentestal en drogende maïs en chilipepers aan een huis

 

 

Terug naar het begin

Voor reacties (anti-spam: verwijder XX uit adres)

Terug naar de homepage